Chapter I: Putting people at the centre of the digital transformation

maart 15, 2022 Door admin

onderdeel van het Dossier: European Declaration on Digital Rights and Principles for the Digital Decade

Het eerste (en dus misschien wel meest belangrijke) hoofdstuk van deze tekst. De mensen moeten in het centrum staan van de digitale transformatie; het moet om mensen draaien. Dat heeft duiding nodig.

People are at the centre of the digital transformation in the European Union. Technology should serve and benefit all Europeans and empower them to pursue their aspirations, in full security and respect of their fundamental rights.

We commit to:
-strengthening the democratic for a digital transformation that benefits everyone and improves the lives of all Europeans; 
-taking necessary measures to ensure that the values of the Union and the rights of individuals as recognised by Union law are respected online as well as  offline; 
-fostering responsible and diligent action by all digital actors, public and private, for a safe and secure digital environment;
-actively promoting this vision of the digital transformation, also in our international relations.

  • benificial digital transformation for all Europeans; 

De uitspraak dat ‘de technologie in dienst moet staan en iets moet opleveren voor alle Europeanen’ is een hele ambitieuze. Want op welke manier gaan we ervoor zorgen dat het voor iedereen daadwerkelijk iets oplevert en iedereen bedient. Dit suggereert dat het al duidelijk is (het al georganiseerd is) hoe ‘de vraag’ tot stand komt. En dat betekent dat er al een organisatie staat waar je dat op zou kunnen baseren. Ik ken mijn vertegenwoordiger daar niet en ik weet niet of jij de jouwe kent, maar dit betekent in ieder geval al dat niet iedereen vertegenwoordigd is. Wij hebben in NL wel een commissie Digitale Zaken, maar die is nog niet droog achter de oren. Ik weet niet hoe dat in andere landen geregeld is, maar dat feit alleen al baart me toch wel een beetje zorgen. De vraag naar kan derhalve niet representatief zijn voor de bewoners van het land. Het is dus best wel een lastig een belangrijk startpunt: de mensen centraal te stellen.

De moeilijkheid hangt samen met het representatief karakter van de democratie. Hoe centraler je de verantwoordelijkheden (macht) regelt, hoe decentraler je de moet inregelen. We hebben daar als overheden niet een heel goed track-record in (toeslagen-affaire is daar in NL een schrijnend en immer actueel voorbeeld van). Een gevolg daarvan kan zijn dat we elkaar minder goed begrijpen en dat de polarisatie tussen groepen in de samenleving toeneemt, in plaats van afneemt. Dat heeft alles te maken met het representatief karakter van onze besluitvormingsdata. Alles! Wanneer we ervan uit gaan (en dat mogen we) dat een groot deel van de beslissingen automatisch genomen worden op basis van data (in NL is dat grofweg 60% van alle uitvoerende beslissingen met een totaalsom van € 156 miljard!) dan wil je wel dat dit op de juiste gronden gebeurt. Een belangrijke vraag is dus HOE alle belangen vertegenwoordigd zijn. De EC denkt dit op te kunnen lossen met een SSID (Self Souvereign Identity). Daar later meer over. Voor nu is het belangrijk om te beseffen dat er nog geen goed beeld is van wat ‘in dienst staan’ precies betekent, noch dat wat ‘opleveren’ dan precies inhoudt. En misschien als slotvraag: waar denken we dat het op moet houden? Het stellen, borgen en bewaken van dit soort digitale grenzen is belangrijk om op een robuuste manier vast te gaan leggen, omdat deze vrij eenvoudig te omzeilen zijn.

Strengthening the democratic suggereert dat over deze vragen is of wordt nagedacht. Wat we moeten regelen is dat voor iedereen duidelijk is hoe en door wie (Governance vraagstuk).

  • The values of the Union and the rights of individuals are respected online as well as  offline; 

Het bewaken van fundamentele vrijheden is niet onbelangrijk, want fundamenteel. Maar welke dat precies zijn, hoe ze eruit zien en in welke wetten deze vastgelegd zouden moeten zijn wordt niet duidelijk. Dat is belangrijk, omdat wanneer, net als in de Nederlandse Grondwet, een grondwet bij wet teniet kan worden gedaan, deze niet meer fundamenteel zijn, maar voorwaardelijk. En in een zich snel ontwikkelende digitale wereld lijkt me dat zeer onwenselijk. De consequenties zijn nu al niet te overzien zeg maar, laat staan wanneer we een paar jaar verder zijn in onze ontwikkeling. Daarnaast staat er duidelijk dat zowel offline als online vrijheden onderkend (recognised) moeten worden. En dat is denk ik ondoenlijk, omdat deze elkaar nog wel eens kunnen bijten. Het zijn verschillende verschijningsvormen die in elkaars verlengde liggen.
De vraag of iemand bijvoorbeeld met een papieren paspoort hetzelfde moet kunnen (gebruik mag maken van dezelfde rechten en dezelfde plichten heeft) als met een digitaal paspoort is ondertussen reeds beantwoord; daar is het verschil reeds bij gemaakt.
De vraag rijst op welke manier (en door wie besloten) deze keuzes gemaakt kunnen worden. Dit is een Governance vraagstuk waar we volgens mij nog geen goede (werkende) structuur voor hebben bedacht. Het primaat dient hiervoor te liggen bij de politiek en de vraag is of de EU hier voldoende antwoord op kan bieden. Iets waar we dus bijzonder snel mee moeten beginnen, want de keuze waarop dit plaats gaat vinden zal bepalend zijn voor welke vorm van uitvoering en direct daaraan gekoppeld acceptatie dan ook (en dus meteen niet meer voor iedereen).

Een van de oplossingsscenario’s voor dit probleem (bespreek ik later vanuit een ander artikel) is een icm Privacywetgeving. Met behulp van deze instrumenten met elkaar een samenleving vormgeven vraagt namelijk om een hoge mate van transparantie en het besef dat Privacy simpelweg betekent ‘de keuze om met rust gelaten te worden’ (niet mee te hoeven doen aan digitalisering). Fundamentele vrijheden dienen op dit fundamentele niveau geborgd te worden, want zijn anders niet fundamenteel meer, maar inwisselbaar. En inwisselbaarheid van dergelijk krachtige instrumenten wil je niet op politieke dagkoersen, of nog erger intransparante wijze regelen.

Grondrechten moeten ook afdwingbaar zijn. Dat kun je op twee manieren opvatten; vanuit de burger en vanuit de organiserende instantie. De eerste gaat over het gebruik van het recht (denk aan vrij verkeer, meningsuiting, vereniging, etc, maar ook praktische zaken als afrekenen, je keuze van vervoer, of voedsel, hoe vaak je de kroeg in wilt en ga zo maar door), de tweede over handhaafbaarheid en invloedssfeer (hoeveel je mag drinken, of je mag roken, hoe hard je mag rijden, mag je überhaupt nog wel rijden, hoeveel vlees je eet, etc.). Daar waar je vrijheid wilt regelen, beperk je meestal een andere.

 In de digitale wereld hebben we deze niet (goed) vormgegeven. Je kunt je dus afvragen of iets wat niet vormgegeven wel te handhaven (in te regelen) is. Dat is waar de meeste discussies over gaan tegenwoordig, met als spookbeeld het Chinese model, wat volledig top-down gereguleerd is.

De eerste vraag is echter belangrijker: op welke manier willen we hier gebruik van maken? Het antwoord op die vraag bepaalt namelijk wat (en hoe) je wilt handhaven. Consequenties kunnen namelijk erg ver strekken, te meer omdat het internet zoals we het nu kennen geen beperkende wetgeving kent; het internet zelf is officieel van niemand en van iedereen. En toch zien we reeds vormen van die handhaving in het censureren van bepaalde bronnen of bepaalde inhoud op het internet. Dit is een onderwerp wat nog niet genormeerd kàn zijn, want is niet democratisch bepaald. Dat kunnen we momenteel simpelweg niet ook al denken we soms van wel. Aangezien afdwingen vaak ten koste gaat van vrijheden elders dient deze afweging in ieder geval transparant en het liefst volledig democratisch tot stand te komen. Dat zou middels een eerder genoemde combinatie - wel vormgegeven kunnen worden, maar dat is morgen nog niet klaar. De belangrijkste afweging hierin is de vormgeving van de zgn checks and balances in relatie tot omgang met de afweging van de verschillende waardensets. Plat geformuleerd; wat voor NL belangrijke waarden zijn, is voor Italianen misschien net iets minder belangrijk (waar het verschil regio Friesland en regio Amsterdam misschien nog wel duidelijker is). Maar ook verschillen in acceptatie van ideeën speelt daarin een rol: hoe gaan we online bijvoorbeeld om met de verschillen tussen wetenschap, levensovertuiging en geloof? Normeren wat je als samenleving toestaat in een digitale wereld is niet eenvoudig en misschien zelfs ondoenlijk. Wil je daar wel aan beginnen als ‘open samenleving’?

Ook hier speelt de discussie centralisatie versus decentralisatie een bepalende rol. Wie mag in een democratisch bestel bepalen wat ‘normaal’ is en wat dus genormaliseerd wordt. Vergt dit niet een omgekeerde benadering en moet je normalisatie generiek maken? Op deze manier zou een democratisch namelijk wel veel robuuster zijn en zich aanpassen aan de burgers. Interessante gedachte waar we het vast nog wel een keer over gaan hebben. Better soon then too late wat mij betreft.

  • A safe and secure digital environment;

Geen idee nog: gaat het over safe and secure, of over responsible and diligent? Gaat het over de toepassing of de techniek? Ik mis achtergrond info. Wanneer we iets willen bevorderen of koesteren (welke vertaling gebruiken we voor ‘fostering’?) is het goed om daar precies in te zijn. Dus ook hier: Wat is verantwoordelijk? Welke bevoegdheden en verantwoording passen hierbij? Hetzelfde geldt voor diligent (ijverig of zorgvuldig?) en welke actoren identificeren we? Mooie woorden die, zolang ze niet ingevuld worden een soort van hol zijn. Dit valt nu nog niet te operationaliseren. Wel vermoed ik dat ook hier transparantie en privacy een belangrijke rol in kunnen spelen. De -benadering in ‘hoe we als burger goed geïnformeerd kunnen participeren’, de Privacy-benadering in ‘wat je niet vastlegt hoef je niet te beveiligen en speelt dus geen rol in de discussie’. Maar ook deze principes vragen om praktische uitwerking.

  • Promoting this vision of the digital transformation.

Welke visie doelt de EC hier op? Er is geen visie. Althans; die is nog niet voldoende geland vermoed ik, laat staan democratisch vormgegeven. Er is te veel onduidelijk om te spreken van gedragen beleid en maatschappijvisie. Ik denk dat dit voorwaardelijk is en ook hier speelt transparantie een belangrijke rol, net als de noodzaak tot decentralisatie.

Voorlopige conclusie

Kortom; te vaag, te snel en voor te veel discussie vatbaar. En dat maakt dat een dergelijk eerste artikel weinig werkbare handvatten oplevert. Het is een mooi stukje tekst wat waarschijnlijk vormgegeven is als een politiek compromis tussen verschillende landen die er onderling een niet eenduidige visie op nahouden. En wanneer de gezamenlijkheid ontbreekt is het de vraag of je gezamenlijk beleid in een Grondwet moet vormgeven, laat staan dat je het digitaal kunt normaliseren. Het is een vraag, geen conclusie, want het kan natuurlijk een eerste begin zijn. Een eerste begin, waarin we stapje voor stapje de kantjes fijnslijpen en polijsten. Dat noemen we tegenwoordig Agile en vergt een feed-back mechanisme (lerend vermogen). Ik hoop, nee ik verwacht deze terug te lezen in de volgende artikelen.

Voor nu brei ik een eindje aan mijn overpeinzingen van artikel 1 (nog maar) van dit document. Voor nu genoeg vragen om te beantwoorden, welke ons misschien weer een stapje dichterbij duiding en invulling brengen. Ik hoop dat deze hoop geen uitgestelde teleurstelling wordt.

Delen is vermenigvuldigen!